In de begintijd dat ik therapeut was, kon ik het soms even kwijt zijn: wat is ook alweer de bedoeling van mijn taak. ‘Wat doe je eigenlijk als psychosociaal therapeut?’, dacht ik dan. Ja, natuurlijk, je luistert, je geeft erkenning voor het verhaal, hebt een open, respectvolle houding. Dat helpt mensen, want waar hebben ze zo’n plek. Je staat als therapeut buiten hun netwerk, dus ze hoeven geen rekening met je te houden, kunnen ongestoord vertellen. Dat doet goed.
Dat is waar. Maar toch knaagde het aan me. Het moest toch ergens naartoe, welke richting moest het op? Inmiddels ben ik wat jaren verder en als ik nu een black-out heb ga ik zitten schrijven over een cliënt en komt weer naar boven wat ik erover heb geleerd bij De Roos. Dan wordt snel duidelijk wat de richting is. Daar zijn wat algemene dingen over te zeggen die ik in dit artikel graag met jullie deel.
De therapeut gaat over het proces
De taak van de cliënt is om zich bewust te worden en contact te maken met zijn verhaal, zijn gevoel, gedrag en gedachten. De therapeut gaat over het proces. Welk proces? Cliënten komen bij je omdat ze zijn vastgelopen, verstrikt in hun patronen en ze komen er niet van los. Je hoort ze vaak zeggen: ‘Ik wil niet zo reageren hoor, ik weet wel dat het niet slim is, maar toch blijf ik het doen; toch zeg ik geen nee, toch moet het perfect, toch vraag ik geen hulp, toch wijs ik mezelf af.’ Het is een vicieuze cirkel die veel energie kost. Ze zijn er klaar mee maar kunnen er niet mee stoppen.
Wat voor een proces?
Het therapieproces gaat over: vrij raken van de ballast die in de psyche is terechtgekomen. In psychotherapie kijk je dan naar: wat ben je ooit gaan denken wat nu nog beperkende invloed heeft (overlevingsstrategieën)? Wat heb je meegemaakt wat nog niet verwerkt is (oude pijn)?
Het is mooi werk om mensen te bepalen bij wat ze denken. Dat hebben ze namelijk vaak niet door.
‘Dus je vind dat je geen fouten mag maken? Mag ik vragen: waarom niet?’
‘Omdat er dan dingen mis gaan.”
‘Waarom is het erg als er dingen mis gaan?’
Eén van de interventies die ik gebruik is ‘10x waarom’. Als je blijft doorvragen komt de cliënt tot de kern en zelfs vaak tot ‘Tja waarom vind ik dit eigenlijk?’
Kinderlijke conclusies
Ooit heel jong, met een kinderlijke blik, heeft deze persoon blijkbaar een conclusie getrokken: ik mag geen fouten maken, dan loopt het helemaal mis! Als therapeut help je ze om te beseffen: maar je bent inmiddels volwassen, hoe kijk je daar vanuit het nu eigenlijk tegenaan? Het is dan bevrijdend voor hen om te ervaren: een fout is niet het einde van de wereld, het is een deel van de menselijke ervaring, het geeft informatie, het is de weg van groei, je kunt er volwassen over communiceren. Het proces gaat dus over: onbewuste overtuigingen op tafel krijgen en gelegenheid bieden om te heroverwegen vanuit volwassen perspectief.
Achterstallige pijn verwerken
Gaandeweg komt dan ook oude pijn in beeld. Wat speelde er, toen iemand die basisovertuiging van geen fouten maken als kind construeerde. ‘Ik moest het allemaal alleen doen. M’n ouders waren heel druk met m’n zusje. Ik wist, nu moet ik het goed doen, geen fouten maken. Dat kunnen ze er niet bij hebben.’
Voel je de lading? Dat is de last van het kind. Waarbij ik wil vermelden dat dit los staat van hoe het werkelijk is gegaan. Juist deze ouders hebben misschien wel op het oog gehad dat hun andere kind niet vergeten mocht worden en hebben kostbare momenten gecreëerd waar het kon. Toch kunnen er ogenblikken zijn waarin het kind dacht: ik moet mijn ouders ontzien, of, mama is weg omdat ze met iemand anders bezig is. Zo’n basisovertuiging wordt dan alsnog geconstrueerd.
De interpretatie van het kind
Het is de interpretatie van het kind die de pijn veroorzaakt. En vaak is dat kind van toen nog niet eerder ontmoet. Dat is ook iets moois aan therapeut zijn. ‘Hoe was het voor jou, dat je ouders zo druk waren met je zusje?’ Dan komt de jonge pijn aan het licht. Je geeft erkenning en helpt de cliënt contact te maken met die laag in zichzelf, te doorvoelen en rouw te verwerken over hoe het is gegaan.
In mijn praktijk werk ik met een kast vol Schleich dieren. ‘Pak maar eens een dier dat verbeeldt hoe jij je toen voelde.’ Soms komt er een konijntje te staan: zacht en bezorgd. Dan verschijnt het kind in beeld. Logisch dat ze toen een plannetje bedacht om de situatie te helpen: ik ga geen fouten maken.
Vrijheid in zicht
Als therapeut help je mensen dus richting het land van de vrijheid, waarmee in therapie wordt bedoeld: vrij van jong genomen besluiten, vrij van onverwerkte pijn en vrij van strategieën om maar weg te blijven bij die pijn. Vrij om zonder al deze ballast volwassen keuzes te maken die bij je passen en waar je ontspannen in kunt staan. Dat doe je door de cliënt steeds te bepalen bij z’n gedachten en gevoel. Als ze bij hun gevoel wegbewegen, kun je zeggen: ‘Ik zie dat het je raakt. Ervaar dat maar.’ Pas dan durven ze het te laten stromen en komt er lucht bij.
Bewust geworden
‘Ik snap nu waarom ik dacht dat ik geen fouten mocht maken.’ Als iemand zoiets zegt dan weet je qua proces dat diegene al een end op weg is. Richting het einde merk je dat mensen de ruimte gaan ervaren om anders te kiezen en te sturen. ‘Ik werk niet meer ’s avonds. Wat ik overdag aan mijn werk kan doen, is voldoende. Ik besteed nu tijd met m’n gezin.’ Dan is de geïntegreerd geraakt wat ze vanuit hun volwassene hebben heroverwogen.
Wat geweldig, denk ik dan, en: wat heb je hard gewerkt om hier te komen. Het bijzondere is, je brengt als therapeut het proces op gang, maar je zit ook vaak vol verwondering te kijken hoe cliënten erdoorheen bewegen. Een mooi vak.
Beweging brengt groei
Als psychosociaal therapeut luister je, geef je erkenning en vraag je door, zeker. Maar daarnaast hou je de richting op het oog. Dat gaat altijd over dat de cliënt in beweging komt. Dat kun je terug zien in het ontwikkelen van nieuw denken, het durven doorleven van eigen gevoelens en het ontstaan van een steviger innerlijk fundament, met keuzes die gemaakt worden in lijn met de eigenheid.
Black-outs heb ik nog weleens hoor. Geen nood, ik pak er een kopje thee bij en ga schrijven over een traject, kijk dan via de bril van hierboven beschreven punten en stel mezelf vragen: Wat gaat al goed? Wat maakt dat de beweging niet ontstaat? Hoe komt het dat het proces stagneert? En krijg ik het niet in beeld, dan bel ik met een van mijn collega’s. Wat fijn dat ze er zijn.
________________________________________________________________________________________________________________
Ik ben Nelleke Petit en heb sinds 2018 een praktijk in psychosociale therapie. Mijn opleiding heb ik genoten bij De Roos Opleidingen, waar ik veel heb geleerd van wat ik nog dagelijks gebruik en toepas in mijn werk.
In mijn twintiger jaren heb ik zelf lang op de stoel van de cliënt gezeten. Zo ken ik de praktijkkamer vanuit verschillende perspectieven.


