‘Ik wil wel anders maar ik kan het gewoon niet.’ Tessa kijkt naar de groene boomtakken voor het praktijkraam.
‘Als me gevraagd wordt om te helpen of een extra dienst te draaien, zeg ik meteen ‘ja’. Terwijl ik er steeds minder energie voor heb.’ Ze roert in haar thee.
‘Ik weet wel dat ik het niet moet doen hoor’ glimlacht ze. ‘Maar ik kan gewoon niet anders.’
Tessa is bij me gekomen omdat ze op een burn-out afstevent. Haar lichaam houdt het zo niet langer vol, maar haar hoofd kan er niet mee stoppen: helpen, anderen blij maken.
‘Hoe kan iets me zo voortdrijven? Hoe krijg ik ruimte om zelf te kiezen?’ vraagt ze me.
Ik pak mijn Playmobil poppetjes erbij en breng al vertellend in beeld hoe dit kan.
Het is een probleem dat veel mensen hebben. Ze gaan maar door, ook al lijden ze onder hun gedrag. Stoppen lukt niet en ze tasten in het duister over de reden waarom. Wat ze wel weten en voelen is dit: ik reageer automatisch en het berooft me van mijn rust en mijn vrijheid. Ik word geleefd, help!
In deze blog beschrijf ik hoe Tessa de vrijheid terug veroverde om zelf te kiezen en te sturen. Daarvoor moeten we eerst een stuk terug, naar het begin.
Hoe kom je erin terecht?
Zo’n spoor, ook wel gedragsmechanisme, begon namelijk ooit als een knap gekozen eigen kwaliteit waarvan je dacht: dat kan ik goed, dat ga ik doen. Dat zit zo. Ieder mens heeft als het geboren wordt en opgroeit de behoefte aan erkenning en aan een fijne, voedende omgeving. De realiteit is dat er vele dingen zijn die daarop invloed hebben. Je familie, gezin, je school, je vrienden of het ontbreken daarvan, de groepen waar je in terecht komt.
Er kunnen zomaar grote of kleinere momenten zijn waarbij je als kind of tiener de conclusie trekt: ik ben blijkbaar niet oké. Of: deze situatie is niet oké. Het kan een opmerking zijn over je nieuwe schoenen waar je zo trots op bent en waar iemand op school je om uitlacht omdat ze niet van het juiste merk zijn. Je voelt: er is iets niet goed aan mij. Ik voel schaamte over mijzelf.
Het kan zijn dat iemand in je gezin het moeilijk heeft en je denkt: hier is hulp geboden, ik hou me wel koest, ik ben wel lief, ik neem het wel op mijn schouders, of: ik vertel maar niet wat voor nare dingen er op school tegen me worden gezegd. Let wel, als we zo jong zijn hebben we geen volwassen perspectief. We verzinnen een goed plannetje om de situatie te verbeteren. Dat is heel normaal en ook erg knap als je klein bent.
Koffertje met kwaliteiten
Wat we als kind kiezen om in te zetten ter verbetering is iets uit ons persoonlijk koffertje met kwaliteiten. Logisch eigenlijk toch, dat gaat ongemerkt. We worden een klein helpertje, als we het vermogen hebben om te waarnemen wat voor hulp er nodig is. Als we humor hebben en goed op publiek in kunnen spelen, worden we de clown van de groep. Als we een persoonlijkheid hebben waarin kracht en autoriteit besloten ligt, dan worden we de sterke: vertel het maar aan mij, laat mij het maar dragen. Zo heb je ook de verantwoordelijke, het zonnetje of de onzichtbare. De keuze voor het inzetten van je kwaliteit gebeurt meestal onbewust en al voor het zesde jaar.
Een kind is een knappe observator, maar een slechte vertaler
Pas veel later in je leven kun je met een breder perspectief kijken. Dan besef je: het was niet aan mij of het had niet allemaal met mij te maken. Maar ondertussen kerft deze kwaliteit een spoor in je persoonlijkheid.
In mijn praktijkkamer wijs ik dan naar het kleine poppetje in de Playmobil opstelling die op tafel staat: “Ze noemen hem wel ‘de kleine professor’ “. Het is namelijk erg knap van een kind dat het uitpuzzelt ‘Hé, als ik dit doe, wat heeft dat dan een goed effect! Mijn familie blij, de situatie verbetert en ik krijg nog complimenten ook.’
Wat werkt blijf je herhalen
Als iets werkt blijf je het logischerwijs herhalen, helemaal als het buiten je actieve bewustzijn gebeurt. Niet gek dat je door de jaren heen ermee vergroeid raakt. Je ooit zo onschuldig gekozen strategie wordt steeds meer deel van je identiteit. Het is bekend en het levert veel op. Maar ergens is er een omslagpunt: ongemerkt gaat het de regie overnemen.
De strategie begint tegen je te werken als je merkt dat je niet anders meer kan. Dat is het moment dat het ooit zo functionele gedrag begint te knellen. Het is een reflex geworden. En als je er tegenin gaat voelt het ongemakkelijk.
Hoe ziet dat eruit?
Het helpertje van destijds raakt opgebrand maar kan niet anders dan blijven helpen. Dingen die ze graag doet, daar komt nooit tijd voor. Ze voelt er de innerlijke permissie niet voor.
De clown loopt vast als hij zaken te verwerken krijgt. Hij heeft het gezelschap van anderen nodig zonder grappig te hoeven zijn. Maar dat voelt onveilig en onbekend, zullen ze hem verlaten als hij niet meer leuk doet? Hij komt aan rouwen niet toe.
De sterke die lang veerkracht had en op wie mensen steunden, komt in de knel als hij iets meemaakt waarbij hij kwetsbaar wordt en hulp van anderen nodig heeft. Wie is hij nog wanneer hij niet sterk is? Hij raakt in crisis.
Hoe pak je weer regie en krijg je jezelf weer terug?
Hoe krijg je je eigen ruimte en keuzevrijheid weer terug? Dat proces begint met bewustwording: gaan ontwaren hoe de vork in de steel zit. In de sessie met Tessa zijn we daar zo mee bezig:
‘Als je zo kijkt naar jouw kleintje, wat is zij dan destijds gaan doen wat zij leuk vond en goed kon?’ Ik wijs naar het poppetje. Ze dubt even en zegt:
‘Al heel jong was ik overal aan het helpen. Ik maakte veel schoon bij familie bijvoorbeeld, toen was ik nog heel jong. Het was fijn want ze werden daar blij van. Ik weet eigenlijk niet of ik het zelf nou zo leuk vond.’
We praten erover door. Anderen blij maken door ze te helpen werd iets wat haar goede dingen opleverde. Knap gekozen van haar kleintje! Tessa is het blijven doen en koos een vak wat erbij paste. Lange tijd ging dat prima, maar nu zit ze vast. Het lukt het haar niet om vrij te kiezen of ze wel of niet bezig wil zijn met helpen, ook niet als ze er bijna bij neervalt. Zegt ze nee, dan laait het schuldgevoel op.
Kijken met volwassen ogen
Als volwassene kun je anders naar de situatie van toen kijken, dat geeft een heel nieuw perspectief: ‘Ah, zo is het gegaan, dit ben ik gaan denken en kiezen.’ Daar heeft een cliënt hulp bij nodig, want die heeft dat nieuwe perspectief niet in beeld. Die kijkt nog steeds vanuit het kind-perspectief.
Stap voor stap ontstaat er ruimte. Om los te komen van het oude spoor, om nieuwe dingen te proberen, om te voelen wie je nog meer bent dan de rol die je destijds hebt gekozen. Dat is een kwetsbaar en best ongemakkelijk pad, daarom is het goed daar de tijd voor te nemen. Maar het kan en het maakt een wereld van verschil.
De weg naar vrijheid
Als therapeut faciliteer je dit proces. Je helpt je cliënten terug te kijken vanuit hun inmiddels volwassen blik, te herbezinnen en stapsgewijs andere keuzes uit te proberen. Zo bewegen ze van ‘ballingschap’ richting vrijheid. Ballingschap kun je hier zien als: leven onder een juk (patronen, reflexen) wat is gaan knellen. Ze zijn in die zin ver van huis geraakt en leven niet meer op eigen grond. Loskomen hiervan is als thuiskomen: ze krijgen het beheer over hun leven terug want ze kunnen weer vrijuit kiezen.
Keuzevrijheid is een begrip wat bij het groeithema ‘emotionele volwassenheid’ hoort en het betekent ook: verantwoording dragen voor je keuzes, ook weleens kiezen om iets te doen wat belangrijk is maar wat je misschien niet leuk vindt. Toch is dat iets anders dan reflexmatig steeds iets moeten doen omdat je je anders naar voelt.
Voorrecht van ons werk
Het voorrecht van het werk als therapeut is dat je de verandering bij mensen ziet gebeuren en dan zie je iemand tevoorschijn komen in zijn of haar volledigheid. Ook Tessa vond haar vrijheid terug en ze leerde op momenten dat het er voor haar toe deed om nee te zeggen, op een rustige manier, zonder zich er schuldig over te voelen. Ze bloeide op en haar lichamelijk stress trok weg.
Ik ben Nelleke Petit en heb sinds 2018 een praktijk in psychosociale therapie. Mijn opleiding heb ik genoten bij De Roos Opleidingen, waar ik veel heb geleerd van wat ik nog dagelijks gebruik en toepas in mijn werk. In mijn twintiger jaren heb ik zelf lang op de stoel van de cliënt gezeten. Zo ken ik de praktijkkamer vanuit verschillende perspectieven.
www.petit-therapie.nl
